Periodiek verrekenbeding bij echtscheiding

- door

Personen die op huwelijkse voorwaarden zijn gehuwd met een periodiek verrekenbeding en verrekening achterwege hebben gelaten, moeten bij echtscheiding alsnog verrekenen. Vaak betekent dit dat in feite moet worden afgerekend als ware sprake van gemeenschap van goederen dan wel een vorm van finaal verreken-beding. BW bepaalt dat het bij het einde van het huwelijk aanwezige vermogen wordt vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden. Er wordt in dit verband wel gezegd dat het periodieke verrekenbeding wordt geconverteerd in een finaal verrekenbeding (dat ook bij echtscheiding werkt). Het economische resultaat van een niet-nagekomen periodiek verrekenbeding en een finaal verrekenbeding alsof gemeenschap van goederen kan hetzelfde zijn. De 'straf' op niet periodiek verrekenen ziet dus niet alleen op de onverdeeld gebleven besparing of vermogensaanwas tijdens het huwelijk maar ook op het voorhuwelijkse vermogen.