Fiscale aspecten kinderalimentatie

- door

Kinderalimentatie is met ingang van 1 januari 2015 niet langer aftrekbaar als persoonsgebonden aftrek. Wel is nu nog mogelijk de uitgaven die de alimentatiebetaler in de toekomst moet doen voor het levensonderhoud van zijn of haar kinderen op te geven als schuld in box 3. Vanaf 2017 mag de kinderalimentatie echter niet langer als schuld worden opgenomen.

Oude regeling
Tot 1 januari 2015 was het mogelijk kinderalimentatie als persoonsgebonden aftrek in mindering te brengen op het belastbaar inkomen van de alimentatiebetaler. Dit was een forfaitair bedrag wat afhankelijk was van de hoogte van de kinderalimentatie en de leeftijd van het kind waarvoor alimentatie werd betaald. Omdat de betaalde kinderalimentatie forfaitair aftrekbaar was als persoonsgebonden aftrek, was het vanaf 2012 niet toegestaan de verplichting tot betaling van kinderalimentatie ook nog eens als schuld op te voeren in box 3. Tot 2012 was het wel mogelijk om zowel de kinderalimentatie forfaitair in aftrek te brengen als persoonsgebonden aftrek en bovendien de verplichting tot betaling van kinderalimentatie als schuld in box 3 op te nemen.

Huidige regeling
Op 1 januari 2015 is de Wet hervorming kindregelingen in werking getreden op grond waarvan kinderalimentatie niet langer als persoonsgebonden aftrek kan worden opgenomen. Doordat de kinderalimentatie niet meer in aftrek kan worden gebracht als persoonsgebonden aftrek, is het mogelijk de verplichting tot betaling van kinderalimentatie op te nemen als schuld in box 3. De contante waarde van de verplichting tot betaling van kinderalimentatie moet dan berekend worden en deze mag als schuld in box 3 worden opgevoerd.

Nieuwe regeling
Het recht op kinderalimentatie hoeft niet in box 3 als bezitting te worden opgegeven. Dat resulteert in een disbalans volgens het kabinet en dat is gerepareerd in het Belastingplan 2016. Hierin is aangegeven dat per 1 januari 2017 de verplichting om kinderalimentatie te betalen, niet langer als schuld mag worden opgevoerd in box 3.

Het kabinet heeft er voor gekozen dit pas per 1 januari 2017 in te voeren omdat bij een eerdere invoering een door een belastingplichtige aangevraagde voorlopige aanslag 2016 te laag zou worden opgelegd met als gevolg dat het te veel ontvangen bedrag bij de definitieve aanslag 2016 zou moeten worden terugbetaald.